Afstandonderwijs

De aard van de klachten kan er voor zorgen dat een leerling langdurig of regelmatig niet of maar beperkt naar school kan. Ook als de leerling niet fysiek in de klas aanwezig kan zijn om onderwezen te worden, blijft de school (het bevoegd gezag) verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. De uitdaging voor de school is dan het afstandonderwijs voor de betreffende leerling zodanig in te richten, dat deze op adequate wijze voldoende onderwijs kan genieten. Naast persoonlijk contact wordt er ongelijktijdig gecommuniceerd tussen leraar en leerling op tijden die zij zelf kiezen, bijvoorbeeld via e- mail. Een andere mogelijkheid is dat er via moderne middelen gelijktijdig wordt gecommuniceerd, bijvoorbeeld door middel van chatten. Ook kan gekozen worden voor een virtuele schoolomgeving: zowel in de klas als in de (zieken-)kamer van de leerling wordt een laptop met webcam geïnstalleerd. Het kind kan de lessen (inter-)actief volgen, antwoorden op vragen van de leerkracht of medeleerlingen, zelfs invullen van toetsen of examens kan via elektronische weg. De consulent OZL kan hierbij ondersteuning bieden.

Ambulant Begeleider/WEC-Raad

Een ambulant begeleider is een leerkracht, die veel ervaring heeft in het werken met zorgleerlingen en zich heeft gespecialiseerd in het begeleiden van collega's. Na invoering van de Wet passend onderwijs krijgt het samenwerkingsverband het geld dat eerder nog naar de rugzakjes gaat. Het samenwerkingsverband beslist dus ook wat te doen met de ambulante begeleiding. In de ene regio zal het samenwerkingsverband ervoor kiezen om veel geld te investeren in ambulante begeleiding en in andere regio's juist niet. Voor de veranderingen ten aanzien van de ambulante begeleiding is een overgangsperiode ingesteld.

Het is de bedoeling dat het geld dat er nu is voor ambulante begeleiding tot en met het schooljaar 2014-2015 ook daadwerkelijk aan ambulante begeleiding wordt uitgegeven. Samenwerkingsverbanden die dat echt niet willen, kunnen er echter ook in de tussentijd al voor kiezen om het geld anders uit te geven.

De Vereniging WEC-Raad behartigt de belangen van het speciaal onderwijs. Hieronder vallen de scholen, instellingen, de Regionale Expertise Centra (REC) en alles wat daarmee verband houdt. De WEC-Raad formuleert strategisch beleid en stimuleert het speciaal onderwijs en de ambulante onderwijskundige dienstverlening tot een kwalitatief goed verzorgde uitvoering hiervan. Voor meer informatie en adressen kunt u terecht bij de WEC-Raad: Website www.poraad.nl; Telefoon: 030 276 99 11 dagelijks van 8.30 tot 17.00 uur, Email: info@poraad.nl; Postadres: Postbus 222, 3500 AE Utrecht; Bezoekadres: Chr. Krammlaan 8-10, 3571 AX Utrecht. Ook meer informatie op www.oudersenrugzak.nl en de ambulante begeleiding startpagina.

ANGO- Fonds

De Algemene Nederlandse Gehandicaptenorganisatie (ANGO) heeft een fonds voor financiële hulp. Lidmaatschap van de ANGO is niet nodig. ANGO Fonds, Postbus 850, 3800 AW Amersfoort, tel. 033 – 4654343, ma/wo 10.00- 12.00 uur, ma/di 14.00-15.00 uur. Website: www.ango.nl

Beroepentest

Voor studenten met een functiebeperking is door de stichting Handicap + Studie een digitale beroepskeuzetest ontwikkeld, ICARES. De test is te vinden op de website www.onderwijsenhandicap.nl. Ook via www.digischool.nl; en www.tkmst.nl zijn zoekprogramma’s voor opleidingen en beroepen te vinden.

BVE-instelling

Een Regionaal opleidingencentrum (ROC) of Agrarisch opleidingen centrum (AOC) waar leerlingen terecht kunnen voor een beroepsopleiding. In het ROC kunnen ze ook terecht voor volwasseneneducatie om daar hun vmbo-, havo- of vwo- opleiding af te ronden. Een VO-school kan leerlingen uitbesteden aan een BVE-instelling. Veel BVE-instellingen hebben een ‘Steunpunt Opleiding en Handicap’, dat een rol kan spelen bij de aanmelding en begeleiding van leerlingen met een functiebeperking. De rugzakregeling (Leerling-gebonden Financiering) is binnen het MBO van toepassing. Leerlingen tot 18 jaar, die naar het volwassenenonderwijs zijn uitbesteed, behouden hun rugzak via de reguliere voortgezet onderwijs school, waar ze nog steeds staan ingeschreven. Voor meer informatie www.roc.nl

Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland

De CG-Raad is de landelijke koepelorganisatie van ruim 150 gehandicapten- en patiëntenorganisaties in Nederland. De twee belangrijkste taken van de CG-Raad zijn collectieve belangenbehartiging en het bieden van ondersteuning en service aan aangesloten organisaties. Mensen met een chronische ziekte of een handicap hebben veel gemeenschappelijke belangen. Voorbeelden hiervan zijn de aanspraak op goede medische voorzieningen, woningaanpassingen en gelijke kansen in het onderwijs en bij het vinden van werk. Dit zijn voor een volwaardig burgerschap cruciale voorwaarden. Wanneer de belangen één specifieke handicap of chronische ziekte overstijgen, is de CG-Raad de organisatie die de collectieve belangen behartigt. Adresgegevens: Postbus 169, 3500 AD Utrecht, (030) 297 04 04, woensdag van 9.00 tot 13.00 uur, vrijdag van 9.00 tot 12.00 uur, www.cg-raad.nl. Uitgave: Een handelingsplan op school, Ouders en Rugzak, Utrecht, maart 2008.

Commissie gelijke behandeling

De CGB is een onafhankelijk, landelijk college dat toeziet op de naleving van de Wet gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Scholen kunnen hier terecht voor advies. Ouders en leerlingen die zich door de school ongelijk behandeld voelen, kunnen een verzoek om een oordeel indienen bij deze commissie. De CGB toetst een verzoek om een oordeel over ongelijke behandeling aan de gelijkebehandelingswetgeving en beoordeelt of deze wetgeving overtreden is. De huidige taken van de CGB gaan binnenkort ongewijzigd over naar een nieuwe organisatie: het College voor Mensenrechten en Gelijke Behandeling (CMGB). Wilt u een klacht indienen of heeft u een juridische vraag aan de CGB? Bel op werkdagen tussen 14:00 uur en 16:00 uur het juridisch spreekuur, Tel.030 888 38 88, Postbus 16001, 3500 DA Utrecht. Meer informatie op de website www.cgb.nl

Consulent OZL (onderwijsbegeleiding zieke leerlingen)

Voor leerlingen die langdurig en/of chronisch ziek zijn, kan de school ondersteuning aanvragen van een consulent OZL (artikel 18 WVO). Deze consulenten begeleiden scholen die zieke leerlingen hebben: ze ondersteunen de school bij het opstellen van een protocol; ze geven advies en tips hoe de school het beste met de situatie kan omgaan; geven informatie aan de school over de ziekte van de leerling en de gevolgen daarvan voor het volgen van onderwijs; ze wijzen op voorzieningen en regelingen. Een consulent ondersteunt ook de zieke leerling en de ouders. De hulp van de onderwijsconsulent, die doorgaans op korte termijn beschikbaar is, kan er voor zorgen dat de leerling betrokken blijft bij de school en het onderwijsproces. De leerling houdt hierdoor toekomstperspectief, een sociaal-emotioneel isolement wordt zoveel mogelijk voorkomen en er wordt, zo mogelijk, gewerkt aan een terugkeer naar het reguliere onderwijs. De consulent kan hierbij ook gebruik maken van en ondersteuning bieden bij e-coaching (internet, e-mail, chatten, msm, webcam, etc) en tele-educatie. Daarnaast kan de consulent ook in beperkte mate het onderwijs aan de zieke leerling verzorgen (afnemen van toetsen, etc). Zowel de school als de ouders kunnen ondersteuning door een consulent aanvragen. Er werken ongeveer 120 consulenten in Nederland. Zij werken vanuit de schoolbegeleidingsdiensten en vanuit de educatieve voorzieningen die verbonden zijn aan de academische ziekenhuizen. Via de website www.ziezon.nl vindt u de consulent bij u in de regio.

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) organiseert de staatsexamens voor vmbo, havo en vwo. U kunt zelf bepalen welk staatsxamen u wilt gaan doen. Komt u er niet uit? U kunt DUO altijd om advies vragen. Via www.ocwduo.nl vindt u uitgebreide informatie over bijvoorbeeld de aanmelding voor het examen, de procedures en over de eisen die per vak worden gesteld. Ook voor het samenvoegen van cijferlijsten van meerdere onderwijsinstellingen tot een diploma kunt u bij DUO terecht. Zij regelen dan de ondertekening door het College van examens.

DUO verleent ook bijdragen in de studiekosten zoals de ‘Tegemoetkoming ouders’. Let op! Voor het aanvragen van een tegemoetkoming ouders geldt een sluitingsdatum.

Het Basisregister Onderwijs (BRON) bevat in- en uitschrijvingsgegevens, examen- en diplomagegevens van bekostigde instellingen in het voortgezet onderwijs en de sector beroeps- en volwasseneneducatie. De instellingen leveren deze gegevens, gekoppeld aan het onderwijsnummer of persoonsgebonden nummer, elektronisch aan bij DUO, waar ze worden geregistreerd in BRON. DUO levert de gegevens vervolgens door aan partijen die hier volgens de wet gebruik van mogen maken voor de uitvoering van hun taken. Voorbeelden zijn het ministerie van OCW, Inspectie van het Onderwijs, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en gemeenten.

Meer informatie kunt u vinden via www.ocwduo.nl of via de DUO Infolijn: (050) 599 77 55, op werkdagen bereikbaar van 09.00-17.00 uur. U kunt via dit nummer 24 uur per dag folders en formulieren bestellen en antwoorden krijgen op de 10 meest gestelde vragen.

Educatieve Redzaamheid instrument/ enquête / duiding

Uit de praktijk blijkt dat jongeren met een beperking vaak niet in staat zijn om hun onvermogen, wensen en behoeften duidelijk over te brengen. Soms lukt het niet eens om het aan hun ouders duidelijk te maken. Ouders komen op school doorgaans ook niet verder dan het verzoek om een aantal aanpassingen voor fysieke beperkingen. Voor docenten en mentoren is duidelijk dat de leerling vaak afwezig is en dus een achterstand op loopt, maar ook zij kunnen geen inschatting maken van de inzet die een chronisch zieke leerling kan leveren in verhouding tot de gezonde klasgenoten. Voor sommige chronisch zieke jongeren komt daar nog bij dat zij, als gevolg van de onbekendheid van hun aandoening, vaak lange tijd niet serieus genomen worden. Ook kan het zijn dat de leerling voor zijn klasgenoten niet voor zijn beperkingen wil uitkomen. Om de leerling met chronische klachten (ziekte, stoornis), de ouders en de (thuis)school te helpen bij het inzichtelijk maken van de gevolgen van de beperkingen van de leerling voor de inzet, die deze voor de opleiding kan leveren, is binnen het project "Liever een karrenspoor...", een hulpmiddel ontwikkeld (LMO-instrument). LMO staat voor leertraject maatwerk onderzoek. Met dit instrument, dat de educatieve redzaamheid duidt, is vervolgens in de praktijk ervaring opgedaan. Kern van het instrument is een enquête, die in drie afzonderlijke sessies afgenomen wordt bij de leerling zelf, bij de ouders en bij de mentor van de betreffende leerling. Getracht wordt om binnen de intake een algeheel gevoel van onvermogen om te zetten in neutrale interpreteerbare factoren. De resultaten van de afzonderlijke vragen worden omgezet in een score, die door de intaker worden ingevoerd in een rekenmodel. De eindscore geeft aan welke mate van inzet de chronisch zieke leerling per factor kan leveren in vergelijking tot de gemiddelde leerling. Het levert daarnaast een indicatie op over het studievermogen en de inpasbaarheid van de betreffende leerling en over de aanwezigheid van compenserende factoren. De LMO-vragenlijsten en de bijbehorende documenten vindt u hier.

Flexibel onderwijstraject (FLOT)

Een FLOT omvat de totale opleiding van de leerling vanaf het punt waar deze zich op dat moment in de leerstof bevindt tot en met de toelating tot het vervolgonderwijs, al dan niet via een diploma. Een voorwaarde voor dit maatwerk is dat het flexibel moet zijn en blijven. Een belangrijke oorzaak van het stranden van deze doelgroep is immers het verplichte studietempo. Het moet mogelijk zijn om leerstofindeling, van aanpassingspakketten en zelfs van route te veranderen, wanneer de omstandigheden (zoals de gezondheidssituatie van de leerling) wijzigen. Op basis van de beschikbare energie en de verwachte productiviteit, de gekozen onderwijsroute en de omvang van het totale studiepakket wordt er een planning gemaakt:

  • in hoeveel jaar kan hij/zij het diploma behalen of de overstap naar een vervolgopleiding maken;
  • hoe worden de vakken over de jaren verdeeld;
  • welke vakken worden regulier op school gevolgd en voor welke vakken gelden “eigen tempo” afspraken;
  • is uitbesteding nodig, etc.

Het flexibele onderwijstraject wordt uitgewerkt in een vervangend opleidingsdocument (IPTA), waarvoor met de leerling een de ouders een intentieverklaring wordt ondertekend. Dit vervangt het reguliere leerprogramma voor de betreffende opleiding.

Fonds voor individuele studiedoeleinden

De Stichting Studiefonds PLUS bemiddelt bij problemen met de studiefinanciering. Deze stichting is gericht op verbetering van het sociaal en maatschappelijk perspectief van mensen in een achterstandssituatie. Het fonds richt zich in het bijzonder op jongeren die tussen wal en schip vallen bij het verkrijgen van studiefinanciering (van overheid, particuliere fondsen of bedrijf). Voor meer informatie zie www.studiefondsplus.nl

Functionele mogelijkheden/deskundigenonderzoek/deskundigenverklaring

In een aantal gevallen zal er een deskundigenverklaring nodig zijn om met succes een beroep te doen op voorzieningen en aanpassingen van het onderwijsprogramma. Een medische verklaring kan hier in een aantal gevallen voor worden gebruikt, maar deze is niet altijd beschikbaar. Binnen ons innovatieproject is daarom een nieuw deskundigenonderzoek ontwikkeld naar analogie van het dyslexie-onderzoek. Een daartoe bevoegde professional onderzoekt voor de betrokken jongere de functionele mogelijkheden met betrekking tot het volgen van de opleiding. Bij het onderzoek wordt onder meer gebruik gemaakt van:

  • LMO (Leertraject Maatwerk Onderzoek), een onderzoek naar de onderwijsmogelijkheden van de langdurig zieke leerling resulterend in een duiding van het risicogehalte en een overzicht van de aanwezige (compenserende) onderwijsmogelijkheden.
  • ER/LZ Onderzoek (Educatieve Redzaamheid/Langdurig Zieken Onderzoek), een onderzoek ten behoeve van de beoordeling van de educatieve redzaamheid van langdurig zieke leerlingen
  • CBCL/TEREF Onderzoek voor 4 – 18 jarigen, een gedragsvragenlijst resulterend in competentie- en probleeminschaling.
  • in geval van psychische aangrijpingspunten zal er aanvullend een gesprek plaatsvinden en een gestandaardiseerde Vragenlijst Fundamentele Onthechting (VFO) worden ingevuld en beoordeeld.

Vervolgens wordt er een deskundigenverklaring (FuMo-verklaring) afgegeven. Op dit moment is het aantal professionals (big-geregistreerde GZ-psycholoog) dat een dergelijke deskundigenverklaring kan afgeven nog zeer beperkt.

Gemeente

De gemeente heeft wettelijke taken en eigen beleid met betrekking tot preventie van maatschappelijke uitval onder jongeren. Het gaat onder meer om: Leerplichtwet; Wet collectieve preventieve volksgezondheid; Wet maatschappelijke ontwikkeling; Jeugdbeleid; Convenant Voortijdig Schoolverlaten; Convenant Maatschappelijke Stage; Leerlingenvervoer; Onderwijshuisvesting; Informatie over het Provinciaal Studiefonds; Participatiefonds; Centrum voor Jeugd en Gezin; Volwasseneneducatie; Bijstanduitkering. Meer informatie hierover is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis.

Handicap + Studie

Expertisecentrum voor onderwijs en handicap, stimuleert dat jongeren met een functiebeperking succesvol kunnen studeren in de opleiding van hun keuze in het hoger onderwijs. Er is een digitale beroepskeuzetest ontwikkeld, ICARES. De student krijgt advies over zijn geschiktheid voor het beroep op grond van algemene kenmerken (interesse, karaktereigenschappen) en de te verwachten beperkingen op grond van de functiebeperking. De test is te vinden op de website. Bezoekadres: Christiaan Krammlaan 2, gebouw Krammstate, 3571 AX Utrecht, Postadres: Postbus 222, 3500 AE Utrecht, algemeen@handicap-studie.nl, www.onderwijsenhandicap.nl, telefoon-nummer: 030 - 275 33 00. Uitgaven: Inzicht in Studieloopbaanbegeleiding, Utrecht 2002; Aan de slag: Activiteiten en tips om jongeren met een functiebeperking uit het VMBO en/of MBO te begeleiden naar een geschikte stageplek, baan of opleiding.

Individueel lesrooster

Voor leerlingen die als gevolg van hun functiebeperking of chronische klachten maar een deel van de lessen op school kunnen volgen kan de mentor samen met de leerling een individueel lesrooster samenstellen, dat rekening houdt met zijn of haar belastbaarheid en begeleidingsbehoefte. Bij het uitwerken van een individueel lesrooster is er een aantal aandachtpunten waarmee, afhankelijk van de situatie van de leerling, rekening gehouden kan worden:

  • ook bij een individueel lesrooster is een vaste structuur voor alle partijen praktisch. Afhankelijk van de situatie kan het voor het hele jaar, voor een half jaar of voor bijvoorbeeld een kwartaal, gaan gelden.
  • tussenuren kunnen al dan niet wenselijk zijn. In sommige gevallen zijn ze prettig om even bij te kunnen komen. In andere gevallen is het op school zijn op zich al behoorlijk uitputtend, dan kunnen er beter geen gaten in het rooster zitten.
  • lokaalwisselingen kunnen ontspannend zijn, maar ook erg belastend in verband met hulpmiddelen, oriëntatie, beperkte mobiliteit en te grote input. Sommige scholen werken met een vast lokaal voor de klas in plaats van een vast lokaal voor de docent.
  • een goede verdeling van de beschikbare energie over de dag is belangrijk. De leerling zou niet alle beschikbare energie op school op moet gebruiken. Het kan zijn dat het aantal lesuren dat per dag gevolgd kan worden, minder is dan het verplichte aantal.
  • de effectiviteit van de gevolgde lessen is hoger wanneer er binnen de schooltijden zoveel mogelijk aangesloten wordt bij de concentratiepieken van de leerling. De klachten veroorzaken nogal eens diepe dalen in het concentratievermogen. De een heeft het meest aan de eerste vier lesuren, de ander functioneert het beste in de lesuren rond de middagpauze.
  • een sluitend rooster kan voor sommige leerlingen zo wenselijk zijn dat er gebruik gemaakt kan worden van parallelklassen om dit te realiseren. Er zijn ook leerlingen waarvoor dit teveel veranderingen en onzekerheid oplevert.
  • aanpassingen in het rooster kunnen ook nodig zijn om gebruik te kunnen maken van docenten die in staat en bereid zijn om de begeleiding op zich te nemen.
  • bij de keuze van een beperkt lesrooster is het goed om te overleggen naar welke vakken de voorkeur uitgaat: vakken waarmee de leerling de meeste moeite heeft, vakken die een groot praktijkdeel hebben, concentrische vakken, etc.

Ingrado

Ingrado is de brancheorganisatie voor de gemeentelijke leerplicht- en RMC-functie. Zo’n 90 procent van alle gemeenten en regio’s is lid. Door het verzamelen en beschikbaar stellen van informatie wil Ingrado een brug slaan tussen beleidsmakers, uitvoerders en andere ketenpartners en belangstellenden. Op het gebied van leerplicht en RMC (voortijdig schoolverlaten) is Ingrado dé gesprekspartner voor de landelijke overheid, gemeenten, regio’s en overige ketenpartners. Adresgegevens: Postbus 5113, 6802 EC Arnhem, Tel: 026 351 80 98, www.ingrado.nl

Inspectie van het Onderwijs

De minister van OCW is verantwoordelijk voor de borging van de publieke belangen. De publieke belangen in de OCW-sector zijn groot. Onderwijs dat kwalitatief te wensen overlaat, leidt bijvoorbeeld tot een ontwikkelingsachterstand voor individuele mensen die moeilijk is in te halen. Het departement moet kunnen ingrijpen in het handelen van instellingen als een publiek belang (ook voor bijvoorbeeld specifieke groepen van leerlingen) in het gedrang komt. Daarom houdt het ministerie toezicht op het onderwijs. Dit toezicht wordt onder meer uitgevoerd door de Inspectie van het Onderwijs. Het toezicht moet dat gedrag in overeenstemming brengen met de norm, zodat de kwaliteit is geborgd. Bij onderwijs gaat het bijvoorbeeld over onderwijsresultaten, toegankelijkheid en aansluiting op de maatschappelijke vraag. Voor het beoordelen van aanpassingen en maatregelen voor zorgleerlingen kunt u terecht bij de inspectie van het Onderwijs. Van deze toezichthouders wordt verwacht dat zij flexibel zijn in de manier waarop ze toezicht houden. Stimuleren waar het kan en corrigeren waar het moet. Van onderwijsinspecteurs mag dus ook verwacht worden dat zij meedenken met scholen om bijzondere onderwijstrajecten te realiseren voor jongeren die, als gevolg van een functiebeperking, zonder maatwerk een sterk verhoogd risico lopen op nutteloze studievertraging, onnodige niveaudaling en voortijdig schoolverlaten. De meest gestelde vragen en hun antwoorden kunt u vinden op de website www.onderwijsinspectie.nl. Op deze website staan ook kwaliteitseisen voor toetsen.

Scholen en schoolbesturen stellen hun vraag aan het Loket Onderwijsinspectie. Het Loket is bereikbaar op 088-669 60 60 (lokaal tarief) op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur. Ouders en leerlingen stellen hun vraag aan Postbus 51 via 0800-8051 (bereikbaar op werkdagen tussen 8.00 en 20.00 uur). Er is een aparte vertrouwensinspecteur. Deze laatste kunt u alleen bellen voor vragen of meldingen over extremisme, discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme en radicalisering. De vertrouwensinspecteur is tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer 0900-1113111 (lokaal tarief).

Jonge Mantelzorgers 12-18 jaar

De ervaring leert dat bij intensieve inzet het eigen leven van de mantelzorger in de knel dreigt te raken. Jonge mantelzorgers lopen het risico om overbelast te raken, hun opleiding niet meer naar behoren te kunnen volgen of geen tijd meer te hebben voor vrienden, sporten en hobby’s. Alle gemeenten hebben, als onderdeel van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, een steunpunt mantelzorg van waaruit ondersteuning verleend wordt. Voor ondersteuning kun je ook terecht bij MEE in de buurt. Meer informatie is ook te vinden op www.jongemantelzorgers.nl.

Jongeren-loket/ Gemeentelijk Jeugdbeleid

Doel van het gemeentelijk jeugdbeleid is maatschappelijke uitval van jongeren te voorkomen. Het jeugdbeleid kent vijf functies om deze doelstelling te bereiken: bieden van informatie en advies; signaleren van problemen; toeleiding tot het hulpaanbod; lichtpedagogische hulp en coördinatie van de zorg. Meer informatie hierover is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis.

LAKS

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) is een organisatie van, voor en door scholieren. Het LAKS organiseert activiteiten, informeert en vertegenwoordigt scholieren. Dit moet je heel ruim zien. Het LAKS heeft over alles wat met middelbaar onderwijs te maken een mening. Bij de helpdesk kan je terecht met al je vragen over je onderwijs: van spijbelen tot het examenreglement. Je kunt bellen van maandag tot en met donderdag tussen 10.00 en 17.00 bellen op 020-5244060. Mailen kan natuurlijk ook: laks@laks.nl. Meer informatie op www.laks.nl

Leerlingenvervoer

Vervoer naar school moeten ouders om te beginnen zelf regelen. In probleemgevallen kan soms gebruik worden gemaakt van de regeling leerlingenvervoer van de woongemeente. Voor de verschillende schooltypes gelden verschillende regelingen. Wanneer de leerling met het openbaar vervoer naar school kan, bestaat er in het voortgezet onderwijs geen recht op leerlingenvervoer. Als een leerling vanwege beperkingen geen gebruik kan maken van openbaar vervoer dan kan er hierop wel recht bestaan, ook als hierover niets in de regeling staat. Door de ouders, eventueel gesteund door de school, kan dan een verzoek ingediend worden bij het college van burgemeester en wethouders om in zo’n uitzonderlijke geval toch leerlingenvervoer te regelen. Meer informatie hierover is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis. Voor leerlingenvervoer naar het beroepsonderwijs kunnen vervoerskosten vergoed worden door het UWV, zie www.regelhulp.nl.

Leerplicht en Kwalificatieplicht, leerplichtambtenaar, leerplichtwet

Elke gemeente heeft een leerplichtambtenaar. Het grootste gedeelte van de tijd zijn ze actief bezig een oplossing te vinden voor problemen die de schoolloopbaan van een leerling in gevaar kunnen brengen. Via het gemeentehuis kan een afspraak gemaakt worden. De leerplicht is uitgewerkt in de Leerplichtwet 1969. Artikel 4c. behandelt de invulling van de verplichting tot geregeld schoolbezoek. In geval van volledig of gedeeltelijk afstandonderwijs is een vrijstelling nodig van de leerplichtambtenaar van de verplichting tot geregeld schoolbezoek. Artikel 15 maakt het mogelijk om op grond van bijzondere omstandigheden vrijstelling te verlenen van de in artikel 4c opgelegde verplichtingen, indien wordt aangetoond, dat de jongere op andere wijze voldoende onderwijs geniet. Omdat een flexibel onderwijstraject, passend bij de mogelijkheden van de jongere met een functiebeperking en met medewerking van de school in kwestie, een goede manier is om te voldoen aan de opdracht tot ‘geregeld schoolbezoek in brede zin’ zal de leerplichtambtenaar hier geen problemen mee hebben. De kwalificatieplicht is één van de maatregelen om schooluitval van jongeren tegen te gaan. De kwalificatieplicht verplicht alle jongeren tot 18 jaar, die na de volledige leerplicht nog geen startkwalificatie hebben, een volledig programma van onderwijs te volgen totdat zij een startkwalificatie hebben behaald. Een startkwalificatie is en diploma havo, vwo of mbo-niveau-2. De kwalificatieplicht betekent niet 5 dagen per week in de schoolbanken. Het is ook mogelijk om met combinaties van leren en werken aan de kwalificatieplicht te voldoen zoals de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo. Juist deze combinaties van leren en werken zijn een uitkomst voor een deel van de 16- en 17- jarigen. Meer informatie hierover is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis. Algemene informatie over de leerplicht is ook te krijgen bij de landelijke organisatie Ingrado.

Maatschappelijke Stage

Maatschappelijke Stage is verplicht voor alle scholieren (VMBO, HAVO, VWO), die vanaf schooljaar 2011-2012 in het voortgezet onderwijs binnen stromen. De school regelt dit. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het op lokaal niveau ontwikkelen van een makelaarsfunctie. Zowel de school als de gemeente kan het voortouw nemen om buddy- of maatjesprojecten als maatschappelijke stage te realiseren ten behoeve van jongeren met chronische klachten of  belasting binnen het voortgezet onderwijs.

Maatwerkprotocol

Het bevoegd gezag is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van toetsen en opdrachten. In het schoolreglement, het examenreglement en het programma van toetsing en afronding legt een school alle afspraken vast die gelden voor het maken en inleveren van proefwerken, toetsen, praktische opdrachten, handelingsdelen, sector- en profielwerkstukken en het centraal schriftelijke examen. Een overzicht van die afspraken is in het bezit van de onderwijsinspectie. Aan de regeling kwaliteitseisen die door de onderwijsinspectie is opgesteld, is speciaal voor leerlingen met een beperking toegevoegd dat toetsen en andere examenonderdelen mogen worden afgenomen op een manier die is aangepast aan de mogelijkheden en de condities van een leerling met een functiebeperking. Het gaat dan om afwijkende voorschriften die noodzakelijk zijn om die leerling gelijke kansen te geven zijn schoolopleiding met succes af te ronden. Ook het ministerie heeft hiervoor in de wet- en regelgeving ruimte geboden aan de scholen.

Het is noodzakelijk dat alle toegestane aanpassingen duidelijk beschreven staan, zodat de leerling en de docenten weten waar ze aan toe zijn. Voor de school is het van belang dat de onderwijsinspectie de maatregelen heeft goedgekeurd. In plaats van een stroom aan verzoeken om voor individuele leerlingen een pakket aan afwijkende maatregelen toe te staan ontvangt de onderwijsinspectie graag van de school een overzicht van de afwijkende voorwaarden, zoals zij die voor deze doelgroep wil gaan toepassen. Met een dergelijk protocol is binnen ons innovatieproject ervaring opgedaan. Een model is hier beschikbaar.

Materiële en/of immateriële aanpassingen

Dat er als gevolg van een functiebeperking of chronische klachten een leerachterstand kan ontstaan, is voor de leerling en de ouders wel duidelijk. Het is nog niet zo eenvoudig om dit gegeven te vertalen in een lijst van materiële en/of immateriële aanpassingen die nodig zijn om de belemmeringen op te heffen. Zo’n lijst heeft de school wel nodig om aan de slag te kunnen. Ouders en leerling kunnen een beroep doen op de mentor, op individuele docenten, op de consulent OZL, de ambulant begeleider, het bureau van MEE in de buurt of het oudersteunpunt passend onderwijs. Gezamenlijk kan er eerst een lijst worden opgesteld van alle drempels. Het kan dan onder meer gaan om:

  • het vervoer van en naar school
  • de toegankelijkheid van het gebouw
  • het sjouwen met boeken
  • het niet meer passende meubilair
  • een noodzakelijke rustige werkruimte of rustplek
  • de benodigde inzet van functies (schrijven, concentreren, lezen, zitten, staan, lopen)
  • het wegvallen van het contact/overleg met docenten en medeleerlingen
  • de gemiste instructies over opdrachten of de leerstof voor toetsen
  • de deelname aan excursies en schoolreisje
  • het uitvoeren van een stage
  • het aantal lesuren per dag
  • de begin- en/of eindtijd van lesrooster, toetsen, eindexamen
  • de beschikbare toetstijd/examentijd
  • de vorm en vormgeving toetsen en examens
  • de uitvoerbaarheid van specifieke (praktijk)opdrachten
  • de deelname aan bijzondere vakken zoals lichamelijke opvoeding en kunstvakken, ckv of kcv
  • de concentratie van toetsen/examenvakken tijdens toetsweken of eindexamen
  • de totale omvang van de leerstof per schooljaar/examenjaar
  • de totale studieduur van de opleiding
  • de geschiktheid van de gevolgde sector of profiel als voorbereiding voor een toekomstig beroep dat zowel bij de wensen als bij de beperkingen van de leerling past.

Wanneer de inventarisatie gereed is, kan deze, in het kader van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ), formeel door de ouders en de leerling bij de school worden ingediend met het verzoek om aanpassingen.

MEE-bureau in de buurt

MEE is er voor mensen die door een handicap, beperking of chronische ziekte problemen ervaren in hun dagelijkse leven waardoor zij niet volledig aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen. MEE is er voor jong en oud, voor direct betrokkenen, maar ook voor ouders of verzorgers. Voor adressen van de MEE in de regio zie www.mee.nl. Langs de Levenslijn, een initiatief van MEE, biedt informatie over beperkingen. Er kan op thema en werkgebied gekozen worden en informeert ook over arbeid en onderwijs.

Meerjarig handelingsplan/ontwikkelingsperspectief

De kern van het onderwijsprobleem van deze doelgroep betreft de inpasbaarheid binnen de organisatie en het tempo van de opleiding. Om doelgroepleerlingen gelijke kansen te bieden in het voortgezet onderwijs is een pakket aan maatregelen op zich, niet voldoende. Gezien de chronische aard van de functiebeperking, waarvan de impact op het volgen van een opleiding vaak wisselvallig is, kan niet volstaan worden met een eenmalige of kortlopende regeling en ondersteuning. Het vraagt om continuïteit gedurende de gehele opleidingen en om een uitgangspositie die, net als voor de gezonde klasgenoten, uitzicht biedt op een diploma en/of geslaagde overstap naar de vervolgopleiding. Een school voor voortgezet onderwijs is echter een dynamische organisatie. Elk jaar wisselt de samenstelling van de klassen en de daarbij behorende docenten en krijgen klassen meestal ook een andere mentor toegewezen. Ook afdelingsleiders veranderen regelmatig van locatie of functie. Daarnaast zorgen regelingen vanuit het ministerie elk jaar voor veranderingen. Om de weg naar het einddoel voor de individuele zorgleerling open te houden is het noodzakelijk om de gekozen aanpak vast te leggen in een document dat betrekking heeft op de totale opleiding van deze leerling en dat op basis van evaluatie kan worden bijgesteld zodat er aansluiting blijft bij de situatie van de leerling. Voor alle doelgroepleerlingen is een meerjarig handelingsplan dan ook onmisbaar. De meeste bestaande handelingsplannen hebben een looptijd van maximaal één jaar. Omdat de problemen die met de beperking samenhangen structureel van karakter zijn, is een lange termijnplanning noodzakelijk. Een meerjarig handelingsplan, dat in overleg met de ouders en leerling door de trajecteigenaar wordt opgesteld, heeft meerdere functies:

Overeenkomst:Het handelingsplan wordt door de school en de ouders/leerling ondertekend. En afhankelijk van de situatie (soort onderwijs, beschikbaarheid rugzak, invoering passend onderwijs) ook door het REC. Vastgelegd wordt:

  • Wat de voorgestelde interventie rechtvaardigt/noodzakelijk maakt
  • Welk doel en welke tussendoelen worden nagestreefd
  • Wanneer deze doelen bereikt moeten zijn
  • Voor welke aanpak er gekozen is
  • Wie waarvoor verantwoordelijk is
  • Op welke wijze de communicatie geborgd is
  • Wat de looptijd van de overeenkomst is.
  • Welke aanpassingsmogelijkheden er zijn
  • Welke ontbindende voorwaarden er gelden
  • Hoe met geschillen wordt omgegaan.

Spoorboekje: Het handelingsplan geeft een heldere beschrijving van de gekozen route en stappen naar het diploma en/of de vervolgopleiding. Vastgelegd wordt:

  • Waar de leerling bij de start staat in de opleiding/leerstof
  • De gekozen route naar het diploma en/of de overstap naar een vervolgopleiding
  • Het geplande aantal jaren om dit te bereiken
  • De omvang van het totale studiepakket
  • De verdeling van het studiepakket over de schooljaren
  • De ingebouwde flexibiliteit
  • De afgesproken maatregelen (meedoen, manoeuvreren, maatwerk)
  • De inzet van de beschikbare begeleiding en ondersteuning

Werkwijzer: Het handelingsplan geeft voor alle deelnemers een heldere beschrijving van hun rol en taken en van de verwachte aanpak en inzet. Elke deelnemer heeft dan ook een exemplaar nodig als naslagwerk. Vastgelegd wordt:

  • Wie er, voor welke periode, voor de betreffende leerling zijn aangewezen als trajecteigenaar, leerlingbegeleider/coach, vakdocenten en externe begeleiders (leerplichtambtenaar, consulent OZL, ambulant begeleider)
  • Welke inzet er, in welke omvang, op welke momenten er van alle betrokkenen (inclusief ouders en de leerling zelf) gevraagd wordt
  • Hoe de voortgang bewaakt wordt
  • Op welke wijze de betrokkenen daarbij zo nodig ondersteund of bekostigd worden.

Verantwoording: Met de ondertekening van het handelingsplan verlenen partijen elkaar toestemming om het handelingsplan aan derden te verstrekken indien het belang van het realiseren van een passende opleiding voor de betreffende leerling hiermee gediend is. Vastgelegd wordt:

  • Op welke wijze de rechtmatigheid van de uitgewerkte aanpak getoetst is
  • Hoe de continuïteit van de uitgewerkte aanpak geborgd is
  • Wanneer en hoe de doeltreffendheid van de uitgewerkte aanpak geëvalueerd wordt
  • Hoe en waaraan de eventueel beschikbare rugzakgelden besteed worden

Met de invoering van passend onderwijs wordt niet meer gesproken van een handelingsplan maar van een ontwikkelingsperspectief.

Nederlandse Branchevereniging Aangepaste Vakanties.

De leden van de NBAV richten zich uitsluitend op vakanties voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of chronische ziekte. De NBAV waakt als overkoepelende organisatie over de kwaliteit van haar leden. DeBlauweGids.nl is een jaarlijkse uitgave waarin de leden van de NBAV zich uitgebreid presenteren aan de doelgroep: mensen met een functiebeperking die op vakantie willen. Voor meer informatie: www.deblauwegids.nl.

Onderwijsconsulent

Onderwijsconsulenten zijn ingesteld door het ministerie van OCW om te bemiddelen bij individuele onderwijsproblematiek rond een kind met een handicap, ziekte of stoornis. Er zijn ook onderwijsconsulenten+ ingesteld. Deze ondersteunen in onderwijs en zorg bij het opzetten van samenwerkingsprojecten, met als doel passende en constructieve oplossingen te creëren. Advies en bemiddeling door een onderwijsconsulent is kosteloos. U wilt een onderwijsconsulent inschakelen? Dan kunt u zich aanmelden tussen 09.30 en 12.30 uur en tussen 14.00 en 16.30 uur. Het telefoonnummer is 070 - 312 28 87. U kunt de bureaumedewerkers ook e-mailen, of schrijven. Postbus 19521, 2500 CM Den Haag, E-mail info@onderwijsconsulenten.nl. Voor meer informatie: www.onderwijsconsulenten.nl.

Portfolio

Leerlingen die zonder diploma de overstap gaan maken naar een vervolgopleiding, doen er goed aan om, vanaf het begin van hun traject tot aan het moment van de aanmelding bij de vervolgopleiding, een beargumenteerde verzameling van zelfgemaakt werk aan te leggen. Oftewel een map (portfolio) met tastbare bewijzen van zijn of haar kunnen, waarmee de leerling kan aantonen dat hij of zij in staat is om de vereiste kennis, vaardigheden en capaciteiten (competenties) te gebruiken bij de vervolgopleiding. Daarbij maakt het in beginsel niet uit waar iemand iets geleerd heeft en hoe dat is gebeurd. Doorslaggevend is of iemand kan bewijzen dat hij of zij competent is. Er zijn algemene competenties die, bij wijze van spreken, iedereen overal nodig heeft. Niet alleen op school, maar ook op de werkplek, in de samenleving en in de privé-sfeer. Tot de belangrijkste competenties behoren geletterdheid, gecijferdheid, communiceren, ICT, samenwerken, problemen oplossen en reflecteren en evalueren. Deze competenties bepalen mede het succes in het (vervolg)-onderwijs en de latere beroepspraktijk. Lerenden ontwikkelen hun kerncompetenties niet alleen op school, maar vooral ook daarbuiten, bijvoorbeeld in allerlei professionele, maatschappelijke en persoonlijke situaties. Ook in het omgaan met hun klachten of beperking maken jongeren waardevolle stappen in hun ontwikkeling. Doordat al deze, via informeel leren ontwikkelde competenties, steeds meer als waardevol herkend en erkend worden, is het goed om ook deze als Eerder Verworven Competenties (EVC) op te nemen in het portfolio. De vermelde competenties kunnen benut worden in het vervolgonderwijs:

  • Competenties kunnen benut worden in begeleidende processen (toeleiding naar een bepaald leertraject). Essentieel is dat een leerling/student/cursist zich bewust wordt van het eigen kunnen, zicht krijgt op het eigen functioneren en de eigen aspiraties. (herkennen van competenties).
  • Competenties kunnen ook benut worden op een meer formele manier waarbij de leerling/student/cursist toegang krijgt tot een korter of een ander leertraject. (erkennen van competenties).

Om portfolio dienst te laten doen als reflectie-instrument, hebben leerlingen begeleiding nodig. De aangewezen leerlingbegeleider kan – in overleg met de vervolgopleiding - de leerling bij de opbouw van hun portfolio ondersteunen. Bij het samenstellen van een portfolio moet de leerling leren verzamelen: wat komt erin?, wat kies je om aan anderen te laten zien? Dat roept vragen op en dwingt tot reflecteren en verwoorden: wat vind je goed? Wat is minder geslaagd? Niet alleen het best geslaagde werk belandt dus in de map. Ook minder goede producten horen er in thuis om duidelijk te maken wat je wilt bereiken en hoever je bent. Een portfolio is immers niet zomaar een verzameling werkstukken. Het geeft een compleet beeld van je ontwikkeling en helpt het inzicht te krijgen in deze ontwikkeling. Daarom zal de leerling het portfolio ook gebruiken om anderen met hem of haar mee te laten kijken, zodat zij hem of haar kunnen begeleiden, een spiegel kunnen voorhouden, mee kunnen denken, en (tussentijds) kunnen beoordelen. De portfolio in het kader van een EVC-procedure omvat: een curriculum Vitae, een zelfbeoordeling per competentie en bewijsstukken.

Regionaal Expertise Centrum

Kinderen die het reguliere onderwijs niet kunnen volgen, kunnen terecht bij het speciaal onderwijs of met leerlinggebonden financiering (rugzakje) op de basisschool. Het gaat dan om kinderen met leer- of gedragsproblemen, lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps, langdurig zieke kinderen of kinderen met gedragsstoornissen. Op een speciale school krijgt het kind onderwijs en speciale, op het kind afgestemde hulp en begeleiding. De verschillende vormen van speciaal onderwijs in Nederland zijn ingedeeld in 4 clusters. Een Regionaal Expertisecentrum (REC) is een samenwerkingsverband van speciale scholen in een regio. Voor elk cluster van aandoeningen geldt een aparte regio-indeling. In elk cluster is een REC dat helpt bij de indicatiestelling voor speciaal onderwijs. Een REC geeft op verzoek van de ouders ondersteuning bij het indienen van een verzoek om indicatiestelling en bij het zoeken van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of een gewone school. Daarnaast zorgt voor het inrichten en in stand houden van een Commissie voor de Indicatiestelling (CvI). Ook coördineert het de ambulante begeleiding en de onderzoeksactiviteiten door de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Voor meer informatie en adressen kunt u terecht bij de WEC-Raad: Website www.poraad.nl; Telefoon: 030 276 99 11 dagelijks van 8.30 tot 17.00 uur, Email: info@poraad.nl; Postadres: Postbus 222, 3500 AE Utrecht; Bezoekadres: Chr. Krammlaan 8-10, 3571 AX Utrecht.

Onder coördinatie van de WEC-RAAD wordt het project ‘Herstart’ uitgevoerd. Herstart helpt langdurige thuiszitters tussen 5 en 16 jaar om weer onderwijs te krijgen. Herstart heeft twee doelstellingen, namelijk het bepalen welke school het beste past bij de thuiszitter en hen weer te leren wennen aan het ritme en de regelmaat van het weer naar school gaan. Leerlingen die toegelaten worden tot dit project, doorlopen een onderwijsprogramma van 13 weken dat helemaal is toegespitst op hun eigen situatie.

Rugzakje (leerlinggebonden financiering)

Ouders kunnen zich aanmelding voor een rugzakje bij een Regionaal Expertisecentrum in de buurt, dat overeenkomt met de problematiek van hun kind. Het aanmeldingsdossier omvat onder meer het aanmeldingsformulier en het onderwijskundig rapport. Als ouders tegen problemen aanlopen bij de aanvraag van een rugzakje, bijvoorbeeld bij de indicatiestelling, dan kunnen zij die melden bij het Meld- en adviespunt indicatiestelling lgf, telefoonnummer: (030) 2769912. Zonodig bemiddelt het meldpunt tussen ouders en indicatie-orgaan. Meer informatie over het rugzakje is te vinden op de website www.oudersenrugzak.nl of via de rugzakinformatielijn, telefoonnumer: 0800-5010 (gratis). Op de site www.poraad.nl zijn adressen van de REC’s te vinden. Op www.onderwijsenhandicap.nl staat informatie over het rugzakje in het mbo. Uitgave: ‘ Een goed gesprek voorkomt erger ’. In deze brochure vindt u tips en adviezen hoe u het gesprek met de school over onvoldoende ondersteuning van uw kind het beste kunt aanpakken. De brochure vindt u op www.50tien-oudersenrugzak.nl

Met de invoering van de zorgplicht (passend onderwijs) in augustus 2012 verdwijnt de rugzak en de daarbij behorende verplichte indicatie. Dit gebeurt dan op de school zelf op basis van handelingsgerichte diagnostiek. Hierbij staat de vraag centraal: waarom heeft dit kind met zijn mogelijkheden en beperkingen, uit dit gezin, met deze leraren en deze medeleerlingen, de onderkende problemen en hoe kunnen ze effectief worden opgelost? Met vragen kunnen ouders dan terecht bij het Oudersteunpunt Passend Onderwijs.

Samenwerking met andere scholen

Voor een aangepaste doorgaande leerlijn is het van belang dat de verantwoordelijkheid hiervoor zo min mogelijk verbrokkeld wordt. Dit blijkt in de praktijk in een aantal gevallen problemen op te leveren wanneer deze leerlingen, om welke reden dan ook, een deel van hun opleiding aan een andere onderwijsinstelling volgen. Uitgeschreven worden op een school voor voortgezet onderwijs maakt het bovendien in een aantal gevallen voor de jongere moeilijker om in een later stadium van het volwassenen onderwijs gebruik te maken. Het is echter niet (meer) noodzakelijk om de leerlingen voor die periode uit te schrijven op hun reguliere thuisschool (vo). Uitbesteden aan een andere vo-school of aan het BVE is al gebruikelijk. Artikel 25a van de WVO regelt de samenwerking tussen VO-scholen onderling en met BVE-instelingen ter bevordering van doelmatig en doeltreffend onderwijs. De regeling is bekend onder de naam: Het besluit samenwerking vo-bve (Staatsblad 2005/642). Deze regeling is in 2007 verder uitgebreid tot de volgende mogelijkheden:

  • de vo-school besteedt een deel van het programma uit aan een andere vo-school
  • de vo-school besteedt een deel van het programma uit aan een bve-instelling
  • de vo-school draagt (een deel van) de bekostiging over bij tussentijdse overstap naar een vo-school of bve-instelling
  • de vo-school besteedt een ongediplomeerde leerling uit aan het vavo als volledig vervangend traject
  • de vo-school besteedt een vmbo-gediplomeerde leerling uit aan het vavo als volledig vervangend traject
  • de vo-school besteedt leerlingen, die al eens zonder succes eindexamen in het voortgezet onderwijs hebben afgelegd, uit aan het vavo voor het sprokkelen van examenvakken.

Uitbesteden kan echter ook prima naar het speciaal onderwijs. Wanneer leerlingen bijvoorbeeld voor revalidatie worden opgenomen in revalidatiecentra ontvangen zij onderwijs aan de daaraan gekoppelde vso-school. Het uitbesteden van een deel van het onderwijsprogramma naar een VSO-school is mogelijk op grond van artikel 99, zesde lid onder c van de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Een modelovereenkomst Samenwerking VO- en SVO instellingen is hier beschikbaar.

Steunpunt Studie en Handicap van ROC of AOC

Bij het steunpunt kun je terecht voor algemene informatie over opleidingsmogelijkheden. Samen met de leerling kan nagaan worden of de gekozen opleiding overeenkomt met de gewenste beroepsrichting, rekening houdend met de functiebeperking. Ze verlenen advies en hulp bij het aanvragen van voorzieningen en aanpassingen en bij het oplossen van problemen die er tijdens het opleidingstraject ontstaan. Indien van toepassing zorgen ze voor aangepaste examens en andere voorzieningen. Eventueel kunnen ze een uitgebreid onderzoek uitvoeren voor de aanvang van een opleiding. Ook bieden zij ondersteuning bij selectie van een geschikte BeroepsPraktijkVorming plaats (stage). Het steunpunt is bedoeld voor in de opleidingen en/of school geïnteresseerde cursisten die een handicap of functiebeperking hebben en denken dat dit van invloed is op hun opleiding en later uit te oefenen beroep. Ook hun ouders, de toeleverende scholen en 2e en 1e lijn begeleiders kunnen hier terecht. Voor meer informatie www.roc.nl

Stichting Leergeld Nederland

Deze stichting heeft als doelstelling voor schoolgaande kinderen - die om financiële redenen niet met leeftijdsgenoten kunnen meedoen aan schoolse en buitenschoolse activiteiten - de financiële belemmering te helpen oplossen, die meedoen in de weg staat en wel op zodanige wijze dat de dreiging van sociaal isolement/uitsluiting wordt verminderd dan wel wordt voorkomen. In Nederland zijn circa 65 lokale Stichtingen Leergeld actief. Zij zorgen voor de daadwerkelijke hulpverlening in hun regio of gemeente. Voor meer informatie www.leergeld.nl

Studiebon

Het Programma van Toetsing en Afronding (PTA), studiewijzers en planningen maken de leerling wegwijs in welke stof hij of zij, wanneer en hoe moet bestuderen en afronden. Tijdens de lessen of mentoruren wordt dit regelmatig aan de orde gesteld en toegelicht. Ook is er alle ruimte om bij medeleerlingen na te vragen om welke leerstof het nu precies gaat. Voor een buitenstaander is het met het studieboek en de studiewijzers in de hand niet eenvoudig om te achterhalen wat er nu precies verwacht wordt. Thuiszittende leerlingen zijn buitenstaanders geworden. Bovendien is bij een deel van deze leerlingen als gevolg van hun klachten de zelfredzaamheid en de beschikbare energie verminderd en is het overzicht en het zicht op de samenhang tussen details en het grote geheel beperkt. In de praktijk blijkt er dan erg veel tijd en energie verloren te gaan met het achterhalen van ‘wat, hoe en voor wanneer’ er nu iets geleverd of bestudeerd diende te zijn. Ter aanvulling op de bestaande richtlijnen kan voor elk vak per onderdeel (proefwerk, toets, praktische opdracht) door de betreffende docent een studiebon worden ingevuld. Een studiebon is erop gericht om aan een zieke leerling, in één oogopslag duidelijk te maken wat er van hem of haar verwacht wordt. Niet alleen voor de leerling is dit een uitkomst maar ook voor de externe begeleiders. Tegelijkertijd kan hiermee de studielast voor de leerling beperkt worden door bij het aangeven van de omvang van de leerstof en opdachten selectief te werk te gaan. Aangegeven kan worden wat strikt noodzakelijk is, zonder het noodzakelijke eindniveau in gevaar te brengen. Ook zorgt de docent hierbij waar nodig voor vervangende opdrachten die rekening houden met de mogelijkheden van de leerling. Voor individuele zorgleerlingen kan de school van het reguliere programma van toetsing en afronding (PTA) afwijken of zelfs met een individuele PTA werken. Daarbij is het wel noodzakelijk om alles goed vast te leggen en de onderwijsinspectie te informeren. Een model voor een studiebon kunt u hier vinden.

Studiemaatje

Het zou mooi zijn, wanneer leerlingen die dat wensen ook een beroep kunnen doen op een studiemaatje. Dit is een school- of opleidingsgenoot die succesvol studeert en bereid is om leerlingen met problemen een steun in de rug te geven. Bij het werven van studiemaatjes (of buddy’s) kan aangesloten worden bij de ontwikkeling van Maatschappelijke Stages. De bedoeling van een dergelijk stage (minimaal 72 uur) is dat scholieren, door mee te werken in bijvoorbeeld ouderen- of gehandicaptenzorg, kennismaken met de samenleving. De verwachting is dat dit bijdraagt aan hun maatschappelijke betrokkenheid en hun besef van normen en waarden. In tegenstelling tot reguliere stages die vooral beroepsvormend zijn, gaat het hier om karaktervorming of burgerschapszin. Scholen zijn redelijk vrij in invulling. Ze mogen zelf kiezen hoe voorbereiding en evaluatie gedaan worden, waar leerlingen stagelopen (zolang het maar binnen non-profit projecten is) en in welk leerjaar/leerjaren leerlingen stagelopen. Ze kunnen zelf een buddy-project scheppen of adopteren waarin leerlingen stages kunnen lopen. Maatschappelijke Stage is verplicht voor alle scholieren (VMBO, HAVO, VWO) die vanaf schooljaar 2011 - 2012 in het voortgezet onderwijs binnenstromen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het op lokaal niveau ontwikkelen van een makelaarsfunctie te ontwikkelen, te ondersteunen en te versterken. De gemeente kan het ontwikkelen van buddy- of maatjesprojecten ten behoeve van jongeren met chronische klachten binnen het voortgezet onderwijs stimuleren. Meer informatie over het steunpunt maatschappelijke stage is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis.

Tele-educatie

De digitale mogelijkheden worden hierbij optimaal ingezet om ervoor te zorgen dat leerlingen thuis of in het ziekenhuis (voor een deel) weer rechtstreeks onderwijs volgen en contact met hun klas houden. Een voorbeeld hiervan is het project KlasseContact. Dit is een project van Ziezon en het Mooiste Contact Fonds (een initiatief van KPN), waarbij ICT-sets (Digibeters en Webchairs) beschikbaar zijn. Het project maakt het mogelijk dat zieke leerlingen via computerapparatuur toch aanwezig kunnen zijn in de klas. Er wordt een beeld- en geluidverbinding gelegd tussen de leerling (thuis of in het ziekenhuis) en de school. De leerling beschikt over een laptop met webcam. Op school staat een beeldscherm waarop hij te zien is. Ook staat hier een webcam die ervoor zorgt dat hij de klas kan zien. Hij kan vanaf zijn laptop de camera in de klas besturen. Zowel de zieke leerling als de leraar draagt een microfoontje, zodat zij goed verstaanbaar zijn. Zo kan de leerling vanuit huis of ziekenhuis lessen volgen die op school gegeven worden. De consulent OZL kan de digitale mogelijkheden met de leerling, ouders en leerkrachten bespreken en de aanmelding regelen.

Tempovak

Om zo goed mogelijk gebruik te maken van de studiemogelijkheden van de leerling en een onnodige verlenging van de studieduur te voorkomen worden dagelijkse studiemomenten zoveel mogelijk gepland rond de tijdstippen dat deze zich het beste kan concentreren. Natuurlijk worden er lessen gemist, omdat de klachten een volledige schooldag onmogelijk maken. Maar er zullen ook momenten op de dag of in de week zijn waarop de leerling best wat energie heeft om iets aan de opleiding te doen, maar waarop deze niet naar school kan, omdat die dicht is of omdat zijn of haar vakken op dat moment niet gegeven worden of omdat er geen vervoer te regelen is. Om deze tijd te kunnen benutten kan de school samen met de leerling van één of meerdere van de vakken een ‘tempovak’ maken. Tempovakken zijn vakken waaraan de leerling geheel op eigen tempo, buiten de vastgelegde leerstofplanning en lesroosters om werkt. Dat kan op school zijn in een lokaal of op een rustige werkplek, maar het kan ook thuis zijn, in de bibliotheek, in het revalidatiecentrum of ergens anders. De leerling krijgt voor deze vakken een eigen planning en geeft zelf aan, wanneer hij of zij zover is, dat er een toets gemaakt kan worden. De docent zorgt dan voor een (extra) toets. De begeleiding voor deze vakken kan geregeld worden via e-mail en via contactlesuren die zijn opgenomen in het individuele lesrooster van deze leerling. Hierin wordt, waar mogelijk, ingepland, dat de leerling af en toe bij de tempovakken in de klas aanwezig is. Niet om dan de les te volgen (want door het andere tempo is hij of zij heel ergens anders in de leerstof), maar om contact met de docent te houden en hulp te vragen waar nodig. Voor de tempovakken kan eventueel ook gebruik gemaakt worden van een geheel afwijkende methode, die speciaal voor de leerling wordt aangeschaft. De tempovakken omvatten de totale eindexamenstof zoals die is vastgelegd, maar het vastgestelde OER/PTA is hierop niet van toepassing. Voor deze vakken vervallen dus de reguliere toetsweken, opdrachtdata etc. Voor tempovakken die worden afgesloten met een schoolexamen/centraal schriftelijk examen wordt er voor de leerling een individueel OER/PTA (IPTA) uitgewerkt.

De inzet van tempovakken naast of in plaats van de gewone vakken maakt de opleiding flexibel en voorkomt onnodige verlenging van de studieduur. Meestal zal de leerling bij de inzet van tempovakken langer over de studie doen. Wanneer de omstandigheden voor de leerling verslechteren, kan het studietempo voor de tempovakken worden aangepast. De leerstof wordt verder uitgesmeerd. Eventueel kunnen nog meer gewone vakken omgezet worden in tempovakken. Wanneer de leerling opknapt en meer aan kan, kan het studietempo door de tempovakken worden verhoogd, waardoor de ingezette studieverlenging weer (deels) kan worden teruggedraaid. De mogelijkheid bestaat (artikel 48 eindexamenbesluit) om tempovakken af te sluiten met een deelstaatsexamen, waarvan de resultaten, op tijdig schriftelijk verzoek van de leerling en de ouders, worden betrokken bij de uitslagbepaling van het eindexamen.

Tienerouders

De overheid wil tienerouders ondersteunen bij het vinden van werk en bij het behalen van een diploma. Er zijn verschillende regelingen die studerende (aanstaande) moeders tegemoet komen. De gemeenten hebben meestal een speciaal loket (jongerenloket, wmo-loket, centrum voor jeugd en gezin) waar tienerouders zich kunnen melden voor advies, hulp en financiële ondersteuning. De Stichting Steunpunt Studerende ouders biedt via de website www.studerendemoeders.nl relevante informatie en dient zo als ondersteunend informatief platform voor alle studenten met (a.s.) kinderen, (her)-intredende moeders. Ook kan het als informatiebron dienen voor de professionals/begeleiders, die in het eigen werkveld te maken hebben met de betreffende doelgroep. Denk hierbij aan b.v. hulpverleners, decanen, docenten en studieloopbaan coach. Vragen via tel: 010-2067559 of info@studerendemoeders.nl

Toegankelijkheid schoolgebouw

Het schoolgebouw moet toegankelijk zijn, ook voor rolstoelgebruikers. De leerling kan een liftpasje krijgen en als er nog geen lift is, kan er een traplift worden aangebracht. Dat is wel een kostbare oplossing, die niet altijd nodig is. Wellicht kan er geschoven worden met lesruimtes, zodat de leerling niet “naar boven” hoeft en de afstanden die binnen de school moet afleggen beperkt worden. Sommige scholen werken al met zoveel mogelijk vaste lokalen voor de klassen in plaats van voor de docenten. Er kan binnen de school een rustruimte worden aangewezen. Daarnaast kunnen er rustige werkplekken ingericht worden. Scholen voor voortgezet onderwijs zijn zelf verantwoordelijk voor interne aanpassingen. Gemeenten hebben hiervoor voor het voortgezet onderwijs geen standaard normvergoeding, maar kunnen hier met het oog op de invoering van de Wet gelijke behandeling, wellicht van afwijken. Schoolbesturen zouden dit gespreksonderwerp op de agenda kunnen zetten van het overleg met de gemeente. Meer informatie hierover is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis.

UWV

Het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen heeft een brochure uitgebracht (juli 2009) over vergoedingen en hulpmiddelen voor leerlingen en studenten met een ziekte of handicap. Meer informatie op www.uwv.nl.. Samen met gemeenten en het Centrum Indicatie Zorg heeft het UWV de website www.regelhulp.nl opgezet. Hier zijn hulpmogelijkheden en voorzieningen te vinden, die ook direct aangevraagd kunnen worden. De Wajong is een uitkering voor jonggehandicapten en jongeren met een chronische ziekte. Voor meer informatie www.wajongstartpagina.nl of www.wajongwijzer.nl .

Vervangend opleidingsdocument (IPTA)

Een flexibel meerjarige onderwijstraject neemt de plaats in van de reguliere leerstofjaarklassen organisatie, de gebruikelijke leerstofverdeling over de leerjaren, het PTA en van de gebruikelijke registratie van de vorderingen. Daarbij kan geen sprake zijn van vrijblijvendheid. De leerling doet in de meeste gevallen wel regulier eindexamen, dus het noodzakelijke eindniveau moet gewoon gehaald worden. Bij de uitwerking van het aangepaste programma wordt er voor dan ook voor gezorgd dat dit relevant en volwaardig blijft in relatie tot de eindexameneisen. Het flexibele onderwijstraject wordt in de vorm van een intentieverklaring volledig uitgewerkt in een vervangend opleidingsdocument, het Individuele Programma van Toetsing en Afsluiting (IPTA), dat door de school en de ouders en leerling wordt ondertekend. IPTA’s zijn voor deze doelgroep eerder al met succes toegepast om maatwerk te realiseren. Een voorbeeld is hier te vinden.

Volksgezondheid

In de Wet collectieve preventie volksgezondheid (WPG) zijn de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten voor collectieve preventie op het gebied van volksgezondheid vastgelegd. Zo is depressie een van de belangrijkste psychische stoornissen in Nederland waar met preventie gezondheidswinst te boeken is. Speciale aandacht is er voor individuen die de aansluiting met de samenleving dreigen te verliezen. Te denken valt aan inzet om mensen uit een isolement te halen. Meer informatie hierover is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis.

Voortijdig Schoolverlaten

In een convenant zijn de gezamenlijke inspanningen opgenomen van het rijk, Regionaal Meld-en Coördinatiefunctie van gemeenten en opleidingsinstellingen om het aantal jongeren dat met een startkwalificatie op de arbeidsmarkt komt te vergroten. Wanneer het economisch slechter gaat merken jongeren dat altijd het eerst. Dit komt vooral doordat veel jongeren tijdelijke arbeidscontracten hebben die in economisch slechtere tijden niet worden verlengd. Daarnaast vinden jongeren die net van school komen minder makkelijk een baan. Voorkomen moet worden dat de stijgende jeugdwerkloosheid een bron van duurzame uitkeringsafhankelijkheid wordt. Meer informatie op www.aanvalopschooluitval.nl. Ouders en leerlingen kunnen vragen mailen naar publieksvoorlichting van OCW: ocwinfo@postbus51.nl. Voor overige informatie: www.kennisnet.nl.

Wegwijzers

Er zijn verschillende instanties en brochures die u wegwijs kunnen maken bij uw zoektocht naar financiele en/of juridische ondersteuning.

  • Ik heb wat, krijg ik ook wat?, is een wegwijzer bij kosten van handicap en ziekte, uitgegeven door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De publieksvoorlichting van het ministerie is ondergebracht bij Postbus 51: Telefoon 0800-8051 (gratis). Bereikbaar op werkdagen van 08.00 tot 20.00 uur. Website: www.rijksoverheid.nl
  • St-AB.nl is een initiatief van Stichting AB, bedoeld om op het gebied van vooral sociale zekerheidsrecht gratis rechtshulp te bieden, door recht zoekenden via de geboden informatie in staat te stellen zelf het toepasselijk recht te vinden. De site www.st-ab.nl telt 16.565 pagina's en ruim 750.000 links.
  • De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid heeft veel bezwaar- en beroepsinformatie en adviezen voor degenen waaraan de Wajong uitkering niet of maar gedeeltelijk is toegekend; telefoon 050-5492906, info@steungroep.nl, www.steungroep.nl.
  • Samen met gemeenten en het Centrum voor Indicatie Zorg heeft het UWV de website www.regelhulp.nl opgezet. Hier zijn hulpmogelijkheden en voorzieningen te vinden, die ook direct aangevraagd kunnen worden. 
  • Wanneer je net 18 bent geworden of bijna 18 wordt veranderen er een hoop zaken. Zo ben je verplicht een eigen zorgverzekering af te sluiten. De website www.studenten-zorgverzekeringen.nl geeft veel informatie over allerlei medische zaken en wat de zorgverzekering hierbij kan betekenen. De website is door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en een panel van studenten geselecteerd als belangrijke informatieve website..

Wereldschool

Het verzorgen van onderwijs op afstand is voor een school niet in alle gevallen voor alle vakken altijd goed te regelen. Zeker niet, wanneer het gaat om leerlingen, die niet of nauwelijks naar school kunnen, maar heel weinig energie in leren kunnen steken en grote achterstanden hebben opgelopen. In uiterste nood kan de school in overleg met de ouders via de onderwijsconsulent en de onderwijsinspectie voor een of meer vakken onderwijs van de Wereldschool inkopen. De Wereldschool verzorgt het afstandsonderwijs voor Nederlandstalige kinderen die in het buiten¬land verblijven, maar kan ook worden ingezet voor onderwijs in Nederland. Met de Wereldschool kan het onderwijs doorgang vinden, waar ook ter wereld de kinderen zich bevinden. Zowel volledig onderwijs thuis is mogelijk als in combinatie met een lokale of internationale school. De Wereldschool biedt onderwijs aan kinderen van drie tot en met achttien jaar. Doordat het lesaanbod van de Wereldschool op individuele leest is geschoeid, is het mogelijk per vak het 'instapmoment' te kiezen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een achterstand bij een bepaald vak worden opgevangen en in de loop der tijd vaak zelfs worden ingelopen. De Wereldschool kan iets betekenen voor leerlingen in groep 1 en 2 van vmbo, havo en vwo, voor leerlingen van groep 3 en 4 van havo en vwo en verder voor het vak Nederlands voor leerlingen van de hoogst klassen van havo en vwo. Meer informatie: Wereldschool Nederland, Pascallaan 71, 8218 NJ Lelystad, Nederland, tel. 0320-229927, www.wereldschool.nl, info@wereldschool.nl.

Wet- en regelgeving

Wet op het Voortgezet Onderwijs

  • Artikel 6b regelt het onderwijs bij ziekte.
  • Artikel 11d regelt ontheffingen en bijzondere voorschriften. Zie hiervoor ook de Memorie van toelichting bij Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs inzake vervanging van de basisvorming door een nieuwe regeling voor de onderbouw (regeling onderbouw VO).
  • Artikel 18 regelt de ondersteuning voor het onderwijs aan zieke leerlingen, als onderdeel uitmaakt van de Wet Ondersteuning Onderwijs Zieke Leerlingen (WOOZ). De wet is bedoeld om te voorkomen dat zieke kinderen leerachterstand oplopen. De WOOZ is geen aparte wet, maar is als artikel 9a opgenomen in de Wet primair onderwijs, en als artikel 18 in de Wet voortgezet onderwijs.
  • Artikel 25a regelt de samenwerking tussen VO-scholen onderling en met BVE-instelingen ter bevordering van doelmatig en doeltreffend onderwijs. De regeling is bekend onder de naam: Het besluit samenwerking vo-bve (Staatsblad 2005/642)
  • Artikel 26 regelt de verplichting tot het opstellen van een handelingsplan voor leerlingen met leerlinggebonden financiering (lgf, rugzakje)
  • Artikel 27 regelt onder meer de verblijfsduur
  • Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs, Staatscourant 28 september 2007, nr 187. Deze regeling is bedoeld te werken tot de datum dat de maatschappelijke stage, als wettelijke verplichting voor alle VO-scholen in de Wet op het voortgezet onderwijs wordt ingevoerd.

Inrichtingsbesluit WVO

  • In artikel 26e en 26n is deze vrijstellingsmogelijkheid voor lichamelijke oefening opgenomen
  • In artikel 26g en 26i zijn de nadere voorschriften opgenomen voor het derde leerjaar vmbo (tl en gl)
  • Artikel 32 gaat over de stages in het vmbo

Eindexamenbesluit

  • Artikel 37a regelt de mogelijkheid van het afsluiten van vakken met een eindexamen in het voorlaatste jaar. Dit ‘Besluit van 17 februari 2007’ is gepubliceerd in het staatsblad 2007, 94
  • Artikel 48, lid acht, maakt het mogelijk om voor een kandidaat die eindexamen aflegt, de in dat jaar behaalde cijfers voor een deelstaatsexamen of deeleindexamen aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op verzoek van de kandidaat, te betrekken bij de uitslagbepaling. Dit conform 'Besluit van 28 juli 2000' (Staatsblad 2000, 358)
  • Artikel 55 regelt de mogelijkheden voor een afwijkende wijze van examineren
  • Artikel 59 regelt de mogelijkheid tot spreiding van voltooiing van het eindexamen
  • Het Besluit van 22 december 2006 (Stb. 24, 2007). Met deze wetswijziging is voorzien in de mogelijkheid dat een havo-leerling een havo-vak mag vervangen door het overeenkomstige vwo-vak
  • Het Besluit van 31 maart 2008. Deze wetswijziging voorziet in de mogelijkheid dat vmbo-leerlingen examens kunnen afleggen op een hoger niveau.

Staatsexamenbesluit

  • Artikel 25 regelt de vaststelling van de uitslag, waarbij onder meer een cijferlijst van een school voor voortgezet onderwijs en de cijferlijsten behorend bij certificaten via het vavo kunnen worden betrokken.

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)

Deze Wet is per 1 augustus 2009 ook van toepassing op het voortgezet en primair onderwijs.

  • Artikel 3, lid 1c maakt het mogelijk om personen met een handicap of chronische ziekte een bevoorrechte positie toe te kennen teneinde feitelijke achterstanden op te heffen of te verminderen, voorzover dit in redelijke verhouding staat tot het doel van dit onderscheid. Meer informatie op www.cgb.nl

Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)

Deze wet regelt de organisatie en inrichting van instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, zoals de regionale opleidingscentra (ROC) en Agrarische opleidingscentra (AOC)

Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW)

De toelating tot het hoger onderwijs is geregeld in artikel 7.25 tot en met 7.29.

Wet overige OCW-voorzieningen

Vanaf mbo tot en met hoger onderijs worden vervoersvoorzieningen verstrekt door het UWV, Staatsblad 2008,408

Voor meer informatie zie www.rijksoverheid.nl en www.examenblad.nl

Heeft u vragen over wet en regelgeving dan kunt u contact opnemen met het Informatie Centrum Onderwijs: ico@ocwduo.nl. Ook telefonisch bereikbaar op werkdagen van 8:30 – 12:00 uur en van 13:00 – 17:00 uur, telefoonnummers 079-3232444 (voortgezet onderwijs) en 079-3232666 (middelbaar beroepsonderwijs). 

Wet Maatschappelijke Ontwikkeling (WMO)/wmo-loket

Het motto van de Wmo luidt: Iedereen kan meedoen! Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Om mee te kunnen doen, moeten jongeren daartoe in staat zijn. Een grote groep kan dit, binnen een basisstructuur van voorzieningen. Een kleine groep heeft hierbij in meer of mindere mate hulp nodig. Het ontwikkelen van kennis en talenten is een voorwaarde voor zelfstandigheid en zelfredzaamheid, en daarmee het voorkómen van vragen om zorg of ondersteuning. De prestatievelden 2 (specifiek voor jongeren), 4 (algemene voorzieningen voor mensen met beperkingen) en 5 (individuele voorzieningen) zijn hier van toepassing. Meer informatie hierover is te vinden op de gemeentelijke website, in de gemeentegids en natuurlijk ook bij de informatiebalie van het gemeentehuis.

Ziezon

Ziezon is een landelijk netwerk voor ziek zijn & onderwijs, waar onder meer de consulenten zieke leerlingen en educatief medewerkers bij zijn aangesloten. Het doel om hun expertise op het gebod van ziek zijn en onderwijs vast te houden en verder te ontwikkelen, zowel door het organiseren van bijeenkomsten als door ICT-middelen in te zetten. Voor algemene vragen of opmerkingen kunt u mailen naar: post@ziezon.nl. Op de website www.ziezon.nl is ook aangegeven hoe u de consulent bij u in de regio kunt vinden.

Zorgplicht

Met ingang van augustus 2014 is een zorgplicht (Passend Onderwijs) ingevoerd voor schoolbesturen. Het is een resultaatverplichting die er voor moet zorgen dat alle leerlingen met een behoefte aan extra ondersteuning in het onderwijs een passende plaats en passende ondersteuning krijgen. De inzet is dat kinderen en jongeren geplaatst worden op de eigen voorkeursschool. Waar dit echt niet lukt, dient de school, in overleg, voor een plaatsing elders te zorgen. Er zijn afspraken voor een dekkend aanbod binnen het samenwerkingsverband waar de school toe behoort. Meer informatie via www.passendonderwijs.nl en http://www.minocw.nl/.

Met vragen over de mogelijkheid voor aangepast onderwijs voor hun kind kunnen ouders terecht bij het Oudersteunpunt Passend Onderwijs. Dit kan telefonisch op werkdagen tussen 09.30 en 13.00 uur (0900-2020065) of per mail: passend.onderwijs@balansdigitaal.nl. Meer informatie op www.balansdigitaal.nl.