De kans om doelgroepjongeren in beeld te krijgen ligt een stuk hoger, wanneer de instelling de leerling bij de intake nadrukkelijk vraagt om de beperking kenbaar te maken en uitnodigt voor een gesprek. Als de instelling een dergelijk actief beleid niet voert, kan zij de kans op een gesprek vergroten door in het algemeen voorlichting te geven over de maatregelen die zij beschikbaar heeft voor leerlingen met een beperking en door het verzoek van leerlingen om een gesprek te honoreren. De vraag moet dan niet alleen zijn of de jongere in het functioneren beperkt wordt door een handicap of chronische ziekte, maar ook of, en op welke wijze, de school hier rekening mee moet houden. In nogal wat  gevallen (42%) ‘ontstaat’ de functiebeperking niet vóór maar in de periode waarin jongeren het voortgezet en middelbaar onderwijs volgen. Dan is vroege signalering belangrijk. Gelukkig zijn docenten en mentoren door hun veelvuldig contact met de leerling meestal in staat om tijdig signalen op te vangen. Ook vanuit de zorgstructuur kunnen leerlingen naar voren komen. Een instrument dat zich daarnaast goed leent voor tijdige signalering is de verzuimregistratie. Deze is er in de meeste gevallen op gericht om (de risico’s van) ongeoorloofd verzuim terug te dringen. Er ligt echter ook de mogelijkheid om de verzuimregistratie te gebruiken om opleidingsrisico’s te signaleren bij leerlingen met een functiebeperking. Cumulatie van structureel ziekteverzuim, of het nu gaat om kortere of langere ziekteblokken of om wekelijks ziekteverzuim van enkele of meerdere uren kan leiden tot een situatie waarbij de voortgang van de studie in gevaar komt, omdat er per saldo teveel lessen en instructies worden gemist. Bij een nauwkeurige ziekteverzuimregistratie en regelmatige analyse hiervan kan de mentor, het schoolmanagement, en ook de leerplichtambtenaar gealarmeerd raken wanneer het cumulatief (ziekte)verzuim van een leerling beduidend hoger ligt dan het gemiddelde.