De kern van het onderwijsprobleem van deze doelgroep betreft de inpasbaarheid binnen de organisatie en het tempo van de opleiding. Om doelgroepleerlingen gelijke kansen te bieden in het voortgezet onderwijs is een pakket aan maatregelen op zich, niet voldoende. Gezien de chronische aard van de functiebeperking, waarvan de impact op het volgen van een opleiding vaak wisselvallig is, kan niet volstaan worden met een eenmalige of kortlopende regeling en ondersteuning. Het vraagt om draagvlak en continuïteit gedurende de gehele opleidingen en om een uitgangspositie die, net als voor de gezonde klasgenoten, uitzicht biedt op een diploma en/of geslaagde overstap naar de vervolgopleiding. Een school voor voortgezet onderwijs is echter een dynamische organisatie. Elk jaar wisselt de samenstelling van de klassen en de daarbij behorende docenten en krijgen klassen meestal ook een andere mentor toegewezen. Het schoolmanagement zou de verantwoordelijkheid voor de opleiding van een risicoleerling met een functiebeperking gedurende de hele studie, of tenminste per ‘hoofdfase’ (onderbouw, bovenbouw/studiehuis) in handen moeten leggen van één persoon (regievoerder). Deze waarborgt de continuïteit, bewaakt de gemaakte afspraken, onderhoudt contact met andere betrokkenen. Deze verantwoordelijkheid moet binnen de school wel op een cruciaal managementniveau worden neergelegd. Er moet sprake zijn van voldoende bevoegdheden op het gebied van het aansturen van medewerkers, besteding rugzakgelden, ondertekenen van aanvragen en contracten, etc. Maar het moet ook nog wel zeer leerling nabij zijn: kent de leerling en de ouders en is aanspreekbaar voor hen. In de meeste schoolorganisaties is de afdelingsleider (van de onder- of bovenbouw van het vmbo, de havo of het vwo) hiervoor de aangewezen persoon. Deze wordt trajecteigenaar. Het schoolmanagement zal de betreffende opleidingsmanager moeten ondersteunen bij het verwerven van de medewerking van alle interne betrokkenen. Te denken valt aan de examencommissie, de locatiedirectie, decanen, zorgcoördinatoren, mentor, docenten, etc. Wellicht moet er nog eens gekeken worden naar de taakomschrijving van de docenten. Wat zit er in het reguliere takenpakket en wanneer wordt er iets extra’s van hen gevraagd? Bij de verdeling van de formatie zal het schoolmanagement hier wellicht rekening mee moeten houden. Dat geldt zeker voor de inzet van extra uren voor leerlingbegeleiding.