Voor jongeren met een functiebeperking is het niet altijd even gemakkelijk om hiermee naar buiten te treden. Het anders zijn en/of doen kan gemakkelijk leiden tot ‘er buiten vallen’. Jongeren met een functiebeperking raken ook vaker geïsoleerd. Activiteiten als schoolreisjes, feestjes, excursies en werkweken vallen dikwijls het eerste af. Dit omdat ze meestal te inspannend zijn. Informatie over veranderingen en activiteiten worden op school uitgereikt en bereiken leerlingen die veel thuis zitten niet. Voor leerlingen die (langere perioden) helemaal niet naar school kunnen speelt mee dat de oorspronkelijke contacten langzaamaan verflauwen en soms zelfs helemaal wegvallen. Wie door ziekte achterop is geraakt komt vaak in een groep met jongere leerlingen terecht en heeft daarmee vaak minder aansluiting. Het is daarom belangrijk dat, in overleg met de leerling, de ‘omgeving’ (docenten en klasgenoten) geïnformeerd wordt over de aard van de handicap en over de beperkingen die deze met zich meebrengt. Dit kan de mentor voor zijn of haar rekening nemen. Van de vakdocenten worden extra inspanningen gevraagd. Door het grote aantal vakken is er een reële kans dat er een docent bij is waarbij de begeleidingsvraag wat moeilijk ligt, bijvoorbeeld omdat het digitaal begeleiden van een leerling problematisch is. In dat geval kan een oplossing gevonden worden door een andere dan de ‘eigen (vak)docent’ te vragen de leerling te begeleiden.