De aard van de klachten kan er voor zorgen dat de leerling langdurig of regelmatig niet of maar beperkt naar school kan. Voor leerlingen die in verband met ziekte (veel) thuis verblijven of in het ziekenhuis zijn opgenomen, moet het onderwijs zodanig worden ingericht, dat zij op adequate wijze voldoende onderwijs kunnen genieten. Ook dan blijft de school dus verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Daar komt nog wel wat bij kijken.

 

Ondersteuning

Een goede ondersteuning, regelmatig contact en bezoek is erg belangrijk. Naast de gezelligheidsbezoekjes van klasgenoten is hier een taak weggelegd voor de mentor of leerling-begeleider. Deze wordt belast met de coördinatie van de uitvoering van de aanpassingen. Het is aan te bevelen om een vast uur te regelen (één keer per week of per 2 weken) voor individuele begeleiding van de leerling. Op school of thuis. Wanneer er een leerlinggebonden budget beschikbaar is, kan dit hiervoor worden ingezet. Ook de consulent zieke leerlingen of de ambulant begeleider kan soms voor de ondersteuning van de leerling buiten school worden ingeschakeld.

 

Het zou mooi zijn, wanneer leerlingen die dat wensen ook een beroep kunnen doen op een studiemaatje. Dit is een school- of opleidingsgenoot die succesvol studeert en bereid is om leerlingen met problemen een steun in de rug te geven. Bij het werven van studiemaatjes (of buddy’s) kan aangesloten worden bij de vormgeving van de eventuele Maatschappelijke Stages. Scholen zijn redelijk vrij in invulling. Ze mogen zelf kiezen hoe voorbereiding en evaluatie gedaan worden, waar leerlingen stagelopen (zolang het maar binnen non-profit projecten is) en in welk leerjaar/leerjaren leerlingen stagelopen. Ze kunnen zelf een buddy-project scheppen of adopteren waarin leerlingen stages kunnen lopen.

 

Lesrooster

De leerplichtwet is verweven met het reguliere onderwijsprogramma. Vandaar dat voor jongeren naast de verplichting om ingeschreven te staan op een school ook de verplichting tot geregeld schoolbezoek is opgenomen. Het kan zijn dat er als gevolg van de klachten structureel sprake is van slechts beperkt schoolbezoek. Een groot deel van de studie vindt dan thuis plaats. In geval van thuisstudie is een vrijstelling nodig van de leerplichtambtenaar van de verplichting tot geregeld schoolbezoek. In overleg met de verantwoordelijke afdelingsleider kan de mentor een individueel lesrooster voor de leerling samenstellen, dat rekening houdt met zijn of haar belastbaarheid en begeleidingsbehoefte.

 

Huiswerk en tele-educatie

Samen met de ouders, de leerling, de mentor, docenten, de klasgenoten en externe begeleiders kunnen er afspraken gemaakt worden over hoe planningen, aantekeningen, het huiswerk en werkstukken van en naar school komen. De docenten van de vakken waaraan thuis wordt gewerkt, zorgen ervoor dat de leerling, door het opgeven en nakijken van thuiswerk bij kan blijven. Er kunnen afspraken gemaakt worden voor begeleiding tijdens studie-uren. Ook kunnen de docenten de leerling via e-mail begeleiden. De school en de ouders zorgen er dan voor dat er digitale mogelijkheden zijn voor het doorsturen van leerstof, huiswerkcontrole, uitleg en instructie. Een stap verder gaat de inzet van tele-educatie, waarbij leerlingen thuis of in het ziekenhuis (voor een deel) weer rechtstreeks onderwijs volgen en contact met hun klas houden. Hiervoor kan de school contact opnemen met de consulent OZL.

 

Studiebonnen

Het Programma van Toetsing en Afronding (PTA), studiewijzers en planningen maken de leerling wegwijs in welke stof hij of zij, wanneer en hoe moet bestuderen en afronden. Tijdens de lessen of mentoruren wordt dit regelmatig aan de orde gesteld en toegelicht. Ook is er alle ruimte om bij medeleerlingen na te vragen om welke leerstof het nu precies gaat. Voor een buitenstaander is het met het studieboek en de studiewijzers in de hand niet eenvoudig om te achterhalen wat er nu precies verwacht wordt. Thuiszittende leerlingen zijn buitenstaanders geworden. Bovendien is bij een deel van deze leerlingen als gevolg van hun klachten de zelfredzaamheid en de beschikbare energie verminderd en is het overzicht en het zicht op de samenhang tussen details en het grote geheel beperkt. In de praktijk blijkt er dan erg veel tijd en energie verloren te gaan met het achterhalen van ‘wat, hoe en voor wanneer’ er nu iets geleverd of bestudeerd diende te zijn.

 

Ter aanvulling op de bestaande richtlijnen kan voor elk vak per onderdeel (proefwerk, toets, praktische opdracht) door de betreffende docent een studiebon worden ingevuld. Een studiebon is erop gericht om aan een zieke leerling, in één oogopslag duidelijk te maken wat er van hem of haar verwacht wordt. Niet alleen voor de leerling is dit een uitkomst maar ook voor de externe begeleiders. De docent beperkt hierbij waar mogelijk de studielast, zonder het noodzakelijke eindniveau in gevaar te brengen. Ook zorgt de docent hierbij waar nodig voor vervangende opdrachten die rekening houden met de mogelijkheden van de leerling. Voor individuele zorgleerlingen kan de school van het reguliere programma van toetsing en afronding (PTA) afwijken of zelfs met een individuele PTA werken (zie Maatwerk). Daarbij is het wel noodzakelijk om alles goed vast te leggen en de onderwijsinspectie te informeren.

 

Wereldschool

Het verzorgen van onderwijs op afstand is voor een school niet in alle gevallen voor alle vakken altijd goed te regelen. Zeker niet, wanneer het gaat om leerlingen, die niet of nauwelijks naar school kunnen, maar heel weinig energie in leren kunnen steken en grote achterstanden hebben opgelopen. In uiterste nood kan de school in overleg met de ouders via de onderwijsconsulent en de onderwijsinspectie voor een of meer vakken onderwijs van de Wereldschool inkopen.