Een groeiend aantal jongeren in ons land heeft te maken met chronische klachten (somatisch en/of psychisch). De dagelijkse onderwijspraktijk laat zien dat het voor hen niet eenvoudig is om hun opleiding op eigen niveau af te ronden. Door deze doelgroep worden veel lessen gemist en ontbreekt de noodzakelijke energie om de vastgestelde hoeveelheid producten tijdig te leveren. Dat levert een grote achterstand op die zij, als gevolg van de chronische aard van hun situatie, niet meer kunnen inhalen. Voor veel van hen blijkt het reguliere onderwijsprogramma een te grote hindernis. Zij kunnen niet mee op de gewone leerweg. Ze zijn meer gebaat bij een alternatieve route die er voor zorgt dat zij toch nog hun bestemming bereiken.

 

Met deze gedachte als uitgangspunt is het project 'Liever een Karrenspoor... dan een doodlopende weg' ontstaan. Hier vindt u het projectplan en de eindrapportage uit 2007. De ontwikkelingen hebben sinds die tijd niet stilgestaan. Met de invoering van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte in augustus 2009, heeft de inspanningsverplichting van de scholen voor deze doelgroep meer handen en voeten gekregen. De WGBH/CZ regelt, dat een school, desgevraagd, voor een leerling met een functiebeperking doeltreffende materiële en/of immateriële aanpassingen dient te realiseren. Dit was voor ons aanleiding om, in samenwerking met de WEC-Raad, een handreiking te schrijven voor het voortgezet onderwijs. Ook deze handreiking, Talenten Benutten (juli 2010), kunt u hier vinden. De beschreven aanpassingen 'MEEDOEN'' en 'MANOEUVREREN' passen binnen de basisondersteuning, zoals die voor het Passend Onderwijs (1 augustus 2014) is uitgewerkt. De beschreven afwijkingen van het reguliere onderwijsprogramma (MAAATWERK) kunnen worden opgenomen in het ontwikkelingsperspectief voor de leerlingen waarvoor extra zorg noodzakelijk is.